Esprit de Finesse

projectbureau voor levensbeschouwelijke educatie

over de relatie mens, medemens,  aarde en hemel

In dit artikel wil ik – als in een vingeroefening- nagaan hoe de relatie tussen mens, medemens, aarde en hemel is verbeeld en verwoord in de joodse, de christelijke, de boeddhistische  en de humanistische traditie. Daarbij laat ik me inspireren door enkele kunstenaars, filosofen, dichters en theologen. We zullen zien dat bij het merendeel van joodse en christelijke religieuze denkers de relatie mens- God en mens- medemens alle aandacht krijgt, maar dat de relatie mens-aarde lang in de coulissen heeft gestaan. Die relatie wordt in de boeddhistische en humanistische verbeeldingen wel duidelijk  verbeeld. Aangespoord door de verontwaardiging over de rücksichtslose wijze waarop wereldwijd bossen worden gekapt en dierensoorten worden uitgeroeid  uit louter winstbejag, komt de bezinning  op de relatie mens en aarde veel meer op scherp te staan in de afgelopen twintig jaar. Deze verhouding is, zo blijkt uit de literatuur, niet los te zien van de relatie mens-medemens. Daarbij kan dan ook opnieuw de vraag op tafel komen hoe de hemel,  de Levensbron, betrokken wordt en is bij de wereldwijde worsteling om een nieuwe verhouding tussen  mens, medemens, natuur en kosmos te leven en te denken.

In de jaren ’60 van de vorige eeuw schreef de godsdienstfilosoof en bijbelkenner Martin Buber zijn artikel $‘Abraham der Seher’$ (Abraham de ziener). Het artikel tekent Abraham als een profetisch figuur die bemiddelt tussen hemel en aarde. Buber leest heel precies. Hij laat tot in detail zien dat de compositie van de Abrahamverhalen een voorafschaduwing is van de geschiedenis van het volk Israel. De persoonlijke roeping van Abraham is een voorbode van de roeping van het volk. En zijn biografie is een vooruitloop op de geschiedenis van heel Israël. In dit artikel wil ik eerst enkele bijzondere trekken laten zien van de figuur van Abraham zoals die verschijnt in de verhalenkrans van de Thora. En daarna wil ik aan de hand van enkele fragmenten uit de brieven van Paulus van Tarsus (Tweede Testament) laten zien hoe hij Abraham ziet als een prototype voor zowel Joodse als niet-Joodse gelovigen in de vroegchristelijke gemeente. Het kernwoord in dit nummer is $‘emoenah’$ (vertrouwen, geloof). De $emoenah$ van Abraham heeft een spoor getrokken in de joodse, de christelijke en de islamitische gemeenschap.

Over individu en maatschappij, persoon en gemeenschap
In dit artikel denken we na over de relatie tussen individualiteit en collectiviteit en tussen persoon en gemeenschap. Welke spanningen en verbindingen bestaan er tussen deze koppels kernbegrippen? Het eerste onderscheid dat we overdenken is dat tussen individu en persoon. Het tweede  het onderscheid dat tussen maatschappij en gemeenschap. Vervolgens gaan we na in welke maatschappelijke verbanden de relatie tussen persoon en gemeenschap zichtbaar worden en in welke die tussen individu en maatschappij. Daarna zoomen we in op de religieuze gemeenschap en gaan we op zoek naar kenmerken van een religieuze gemeenschap. Een van die kenmerken is het oog krijgen voor de ander als persoon. Aan de hand van de parabel van de Barmhartige Samaritaan laten we zien hoe de zorg voor de concrete ander er in de Joodse en vroegchristelijke gemeenschap uit zag . We eindigen het artikel met de concretisering van de aandacht voor de persoon van de ander in de context van het onderwijs. De school is op te vatten als een gemeenschap waarin leraren, leerlingen en leidinggevenden ontdekken wat er toe doet om tot echt samenleven te komen (Stern, 2009).